Veel mensen hebben in het verleden een lijfrentekoopsom gestort of maandelijks geld ingelegd voor een lijfrenteverzekering. Jaren later staat daar als het goed is een pot met geld voor je klaar. En wat dan? Kun je die pot in één keer laten uitkeren? Hoeveel belasting moet erover worden betaald? Wat kun je er precies mee?

In één keer uitkeren?

Dat zou in sommige gevallen heel aardig zijn, maar dat is niet altijd handig. Lijfrentepolissen zijn er voor bedoeld om een aanvullend inkomen te geven bovenop de AOW-uitkering en het opgebouwde pensioen. De wetgever heeft daarom een aantal spelregels opgesteld die het opnemen in één keer ontmoedigen. Wil je toch in één keer opnemen, dan loop je tegen een boete van 20% (revisierente) aan, bovenop de normale inkomstenbelasting die je betaalt. Niet handig dus.

Heb je echter een heel oude lijfrenteverzekering (van vóór 1 januari 1992), en je hebt in de tussentijd niets aan de verzekering veranderd, dan zou opname ineens wel mogelijk zijn en ben je zelfs vrij aan wie je de uitkering laat toekomen. Dat hoef je in dat geval dus niet zelf te zijn. Dan kan het ook naar kinderen gaan bijvoorbeeld. De verzorgingsgedachte staat voorop, maar hoeveel belasting er wordt geheven over de uitkering speelt hier ook een rol. Laat je hierover goed informeren, want zo’n oude polis kan heel voordelig zijn maar het is zeker niet altijd gunstig te kiezen voor een korte uitkeringsduur. In veruit de meeste gevallen is een uitkering over een (groot) aantal jaren fiscaal aantrekkelijker.

Belasting

Over een lijfrente-uitkering ben je in principe altijd inkomstenbelasting verschuldigd. De premie was daarentegen ook aftrekbaar. Er zijn uitzonderingen, maar die zijn heel specifiek. Mocht je ooit het woord ‘saldolijfrente’ zijn tegengekomen, stap dan meteen naar de financieel planner in de buurt.

In de meeste gevallen is er dus sprake van heffing van inkomstenbelasting over de uitkering. En die belasting valt in box 1. De essentie daarvan is dat ander inkomen, zoals uit AOW en pensioen bij de uitkering van de lijfrente wordt opgeteld. Dit leidt tot progressie in de belastingheffing. Hoe meer inkomen der is hoe hoger de belastingheffing. De exacte hoogte van de belastingheffing over de lijfrenteuitkering is dus afhankelijk van de persoonlijke situatie.

In het verleden heb je de betaalde koopsom of de maandelijks premie-inleg afgetrokken van de belasting. Destijds heeft dat geleidt tot belastingvoordeel. Het is dan ook meer dan logisch dat de fiscus nu belasting gaat heffen over de uitkering. Heb je de inleg afgetrokken tegen het hoogste tarief (60% of 52%) en krijg je nu de uitkering tegen een lager tarief, dan heb je fiscale winst gemaakt. Of je dit behaalde voordeel ook altijd zo zal ervaren is echter maar de vraag. Het is natuurlijk altijd jammer als een netto uitkering een stuk lager ligt dan de toegezegde bruto uitkering.

En dan de hoogte van de uitkering

Nadat je weet wat je allemaal met je uitkerende polis kunt doen en hoe je fiscaal het slimste de uitkeringen verdeelt, is het tijd voor de ‘beleggingskeuze’. Wil je een vaste uitkering over de hele looptijd of wil je liever kans op een hogere uitkeringen en accepteer je tussentijds waardeschommelingen? In een tijd van lage rente en een inflatie die oploopt, is het verstandig om beide modellen naast elkaar te zetten en een doordachte afweging te maken.

Gerbert Middelkoop, belastingadviseur en financieel planner. (06 13 01 04 20)

Categorieën: Archief