door Marco Louter

 In een tweeluik nemen we je, in deze en de volgende editie, mee naar één van de populairste bestemmingen van Afrika: Tanzania en het eiland Zanzibar. In deze decembereditie staat het vasteland van Tanzania centraal. Dit kleurrijke land staat garant voor een afwisselende en veelzijdige vakantiebestemming.

Hakuna matata

In welk land kun je in één vakantie wilde dieren spotten, de lokale Masai bezoeken, de Kilimanjaro beklimmen, een spice-tour maken, helikoptervliegen, mountainbiken, je eigen koffie maken, steden bezoeken, een ballonvaart maken, snorkelen en duiken en genieten van watervallen en witte stranden? En dat alles op maximaal in één uur rijden of vliegen. Bovendien zijn de Tanzaniaanse mensen vriendelijk en behulpzaam. Overal waar je komt is de relaxte sfeer en het pluk-de-dag-gevoel merkbaar. Mensen leven in het moment of zoals ze hier zeggen: Hakuna matata!

Hakuna matata is een term uit het Swahili dat zoiets betekent als ‘geen zorgen’ dan wel ‘wind je niet op’. De term is beroemd geworden door de gelijknamige song uit de tekenfilm The Lion King. Voor onze reis kozen we voor een combi van cultuur, natuur en strand. Een bezoek aan de Masai met uitzicht op de Kilimanjaro, een kort verblijf in Dar Es Salaam, afgesloten met een paar dagen relaxen aan de stranden van het tropische Zanzibar.

Logeren bij de Masai

Vanaf Kilimanjaro Airport is het ongeveer anderhalf uur rijden naar de Osiligilai Maasai Lodge, het eerste doel van de reis. Onderweg rijden we door een aantal Masai-dorpjes, de kinderen vaak rennend achter onze auto aan. Geiten versperren soms de weg en op de bergtoppen kunnen we het silhouet van een aantal Masai zien. Onze Masai-chauffeur kent de weg als zijn broekzak. Hij laveert ons behendig over de onverharde weg naar de lodge. Hier worden we gastvrij, dansend en luidkeels zingend ontvangen door de Masai van de Osiligilai Maasai Lodge. Het zijn vrolijke mensen, ze lachen veel en hun dans is bijzonder energiek. Ze kunnen ongelooflijk hoog springen, met aanstekelijke energie alsof ze veren in hun onderbenen hebben.

De komende dagen krijgen we in de lodge een kijkje in de cultuur van de Masai. De Masai is een stam bekend door hun uiterlijk, levenswijze en karakteristieke rode klederdracht. Dit herdersvolk leeft in het noordelijke deel van Tanzania en in het zuidelijke deel van Kenia. De Masai eten vooral het vlees van koeien, schapen en geiten. De huiden worden gebruikt voor de aankleding van hun huizen. De traditionele kleding van de Masai bestaat uit diverse rode doeken die om het lichaam worden geslagen. Rood is de kleur van het leven. Oorlellen worden vaak uitgerekt met gewichten en er worden kralenkettingen, armbanden en enkelbandjes gedragen. Ze dragen al deze attributen niet zomaar. De sieraden en de kleuren vertellen een verhaal over de drager of draagster.

Het verblijf in de lodge is verrassend en het uitzicht over de uitgestrekte steppe is fabuleus. De Osiligilai Maasai Lodge is een schilderachtige eco-lodge die relatieve luxe biedt. De elf Masai-bungalows met handgemaakte meubels, zijn allemaal voorzien van een wc, warm stromend water en zelfs een regendouche. Er zijn in de lodge zelfs een zwembad en sauna. Het is slechts één stap uit je bed en de Mount Kilimanjaro begroet je met haar besneeuwde toppen. Dit is ons uitzicht voor de komende dagen.

Sundowner

Aan het einde van de dag is het tijd voor een zogeheten ‘sundowner’. We worden door de Masai langs smalle paden door het hoge gras geleid. Vanaf hier hebben we een fantastisch uitzicht over het landschap, de Kilimanjaro en Mount Meru. Terwijl er door de Masai wordt gedanst, genieten we van een hapje en een drankje. In de zachte avondlucht zien we de zon ondergaan achter de Mount Meru. Het is hier fantastisch mooi en zover het oog reikt zie je gras, heuveltjes en een mengeling van kleuren: paars, rood, geel en oranje. De zon geeft ons vanavond een geweldige lichtshow. Als het eenmaal donker is, krijgen we een echte Masai-delicatesse aangeboden bij de BBQ: gegrilde geit.

Kilimanjaro en Mount Meru

Het is net kwart over zes als ik Martha voor mijn hut rond hoor scharrelen. “Mister”, zegt ze – “ik heb een kop koffie voor u”. Ik bedank haar en neem het kokend water, de oploskoffie en de beker aan. Ik heb met open deur geslapen en achter haar zie ik de contouren van Mount Kilimanjaro die langzaam tevoorschijn komen in het scherpe ochtendlicht. De wolken en de nevel trekken steeds meer weg. Vanuit de lemen hut met een dak van riet, kijk ik een betoverende wereld in. Een wereld, bijna zonder geluid, zonder beweging. Ik hoort alleen mijn eigen ademhaling. De natuur is hier overweldigend. Het landschap is kaal met lage struiken, veel stenen en goudgroen gras. De Mount Kilimanjaro is wereldwijd voor veel mensen een bucket-list-item. En dat is te merken, vele tientallen mensen per dag beklimmen deze 5895 meter hoge berg. Gelukkig heeft de Kilimanjaro een kleiner en minder toeristische broertje, de vulkaan Mount Meru. Waar veel mensen de Kilimanjaro beklimmen kun je op Mount Meru nog echt een afgezonderde wandeling maken. Voor het klimmen van de Kilimanjaro wordt minimaal zes dagen uitgetrokken terwijl de Mount Meru in drie of vier dagen wordt voltooid. Mount Meru ligt in het midden van Arusha National Park en is hierdoor veel groener en ruiger dan zijn grote broer. Door deze groene omgeving is het een thuishaven van een groot aantal wilde dieren. Je ziet onderweg olifanten, giraffen, buffels, antilopen en de zwartwitte franjeapen (Colobus). Hoe hoger je komt, hoe minder dieren er wonen. Het dichte regenwoud verandert langzaam in heidevelden en ruige rotsen. Maar onderschat deze berg niet. Met 4566 meter is Mount Meru nog steeds een forse klim en wordt vaak als uitdagender bestempeld door de verschillende routes en paden die er lopen. Een echte aanrader dus voor de hikers onder ons.

Dar Es Salaam

De volgende dag nemen we afscheid van de Masai en vliegen door naar Dar Es Salaam. Het is een klein uur vliegen. In het Arabisch betekent Dar es Salaam ‘Huis van Vrede’.

Dar es Salaam was vroeger de hoofdstad van Tanzania en is nu nog steeds het economisch centrum. Gelegen aan de Indische Oceaan is het de belangrijkste havenstad van het land. Exportproducten van de stad zijn onder andere koffie, katoen, sisal en dierenhuiden. Dar Es Salaam is een ‘rauwe’ stad waar alles op straat gebeurt. En dat met 4,3 miljoen inwoners.

We overnachten hier in het comfortabele Double Tree by Hilton. Dit hotel ligt aan de oevers van de baai en heeft een tuin met een aantrekkelijk zwembad. De inrichting van de kamers van dit hotel zijn een mengeling van modern en klassiek, met Afrikaanse details. Voordeel is dat dit hotel slechts een half uur van de luchthaven ligt om het vliegtuig te nemen naar Zanzibar, onze volgende bestemming. Meer over het vervolg van onze tropische reis naar Zanzibar lees je in de eerste editie van komend jaar.

 

Categorieën: TanzaniaVakantie